"Sommigen willen niet. Ze moeten."
Zo vatte iemand van een groot techconcern hun aanpak samen. Claude Code-training voor iedereen, ook voor wie er niks in ziet.
Die twee zinnen lieten me niet los.
Vorige week schreef ik dat ik steeds minder zelf programmeer. En dat het meer met me doet dan ik had verwacht. Veel mensen herkennen dat.
Meer dan twintig jaar was bouwen mijn vak. Nu kijk ik vooral mee.
Bij bedrijven waar ik kom worstelen sommigen er ook mee. Al een tijdje stel ik daarom overal dezelfde vraag: wat doen jullie met de mensen die niet staan te springen?
Wat doen bedrijven met wie niet staat te springen?
Vijf gesprekken, allemaal verschillende antwoorden.
Bij een maakbedrijf mogen engineers zelf kiezen waar ze zich in verdiepen: AI of security.
Een softwarebedrijf is zoekend: "Hoe houden we de mensen die niet mee willen verbonden met de rest?"
Een startup-founder tijdens een korte speech: "We nemen alleen developers aan met de juiste mindset."
Dan een ontwikkelaar met een verse AI-codingtraining en een Claude-abonnement op zak: "Ik zie het als een tooltje. Meer niet."
En bij een team waar ik af en toe een dag meedraai is de vraag omgedraaid. Iedereen gebruikt het daar inmiddels. Nu moet er lijn in komen: de stap van experimenteren naar adopteren.
Tel het techconcern erbij op en je hebt zes organisaties met dezelfde vraag op tafel. Van verplichte training tot selectie aan de poort. Niemand die het zeker weet.
Waarom gaat de aandacht bijna altijd naar de kopgroep?
Wat me in die gesprekken opvalt: de aandacht gaat bijna altijd naar de kopgroep. Die krijgt ruimte en budget. Wie aarzelt? Een training. Afgevinkt.
Begrijpelijk. De kopgroep levert zichtbare resultaten op: demo's, enthousiaste verhalen, screenshots voor de directie. Wie twijfelt komt met vragen aanzetten. Daar is geen budgetregel voor.
Waarom komen de scherpste risicovragen van de twijfelaars?
Terwijl juist uit die hoek de scherpste vragen over risico's komen. Wie begrijpt deze code over twee jaar nog? Wat doet dit met onze reviews? En wie is er verantwoordelijk voor wat een agent produceert?
Een belangrijk deel van die zorgen klopt gewoon. En het is juist enthousiasme dat verblindt. Wie elke dag versteld staat van wat er wél kan, kijkt makkelijk over de gaten heen.
Misschien hoor ik vooral de twijfelaars. Dat kan. Maar aarzelen is zelden onwil. Vaak zit er een van de drie soorten AI-weerstand onder: zorgen over kwaliteit, over vakmanschap, over de eigen positie. Een verplichte training adresseert er niet één van.
Wat gebeurt er als je alleen op de kopgroep stuurt?
Wie alleen op de kopgroep stuurt, raakt eerst de mensen kwijt die niet zomaar op approve klikken. En daarna de kwaliteit.
Die volgorde is geen toeval. De mensen die niet zomaar op approve klikken zijn precies de reviewers die je nodig hebt nu er meer code voorbijkomt dan ooit. Haken zij af, dan blijft er niemand over die op de rem durft te staan.
Waar gaat bij jullie de aandacht naartoe: naar wie voorop rijdt of naar het peloton?