Als kind van zeven leerde ik iets wat ik nu moet loslaten.
Op de MSX-computer van m'n vader tikte ik BASIC-code van spelletjes over uit een tijdschrift. Eén verkeerd teken: syntax error. Dan alles regel voor regel nalopen tot je 'm vond.
Zo leerde ik programmeren. Iets veranderen en kijken wat er gebeurt.
Op m'n zestiende verkocht ik m'n eerste softwarepakket. Geschreven in Delphi. 35 klanten gebruikten het.
Daarna informatica-studie. En .NET: al 20 jaar m'n dagelijks werk.
Meer dan 35 jaar zit coderen in m'n vingers. Het hoort bij wie ik ben.
Tot een jaar geleden.
Wat verandert er als agents je code schrijven?
Tegenwoordig schrijf ik nauwelijks nog zelf code. Agents doen het voor me. Ik lees mee en stuur bij. Hoe dat er praktisch uitziet beschreef ik eerder in mijn dagelijkse .NET-workflow met Claude Code, en soms lopen er vijf tracks parallel terwijl ik er één review.
Het werkt verrassend goed. Daar zit het probleem niet.
Waarom voelt dat als afscheid nemen?
Wat me bezighoudt zit dieper. Het vakmanschap waar ik al die jaren van hield, verandert van vorm.
Voor mij zat het vak in puzzels oplossen. In het vinden van een hardnekkige bug. In de kick als iets werkt wat ik zelf heb bedacht.
Het wordt nu anders. En ik merk dat ik er afscheid van moet nemen.
Waarom hardop zeggen wat er verdwijnt?
In alle drukte over sneller en meer hoor ik bijna niemand die dit hardop zegt. Ik zeg het wel. Omdat je je makkelijker overgeeft aan het nieuwe als je eerst erkent wat er verdwijnt.
Je geeft je makkelijker over aan het nieuwe als je eerst erkent wat er verdwijnt.
In dev-teams speelt hetzelfde gevoel, meestal zonder woorden. Het is de stilste van de drie soorten AI-weerstand: die over vakmanschap. Erkenning helpt daar meer dan nóg een demo.
Gisteren schreef een agent code waar ik trots op zou zijn geweest. Ik stond koffie te zetten.
Voel jij het ook verschuiven? Of valt het bij jou wel mee?